Het Aalmoezeniersweesheid te Amsterdam waar Frederik Zeebuit opgroeide

De verwetenschappelijking van het geloof stuitte vele hervormde gelovigen in de eerste helft van de negentiende eeuw tegen de borst. Ze vonden geen troost meer in de woorden van de verlichte pre¬dikanten en scheidden zich af. Ze verzetten zich ook tegen talloze vernieuwingen zoals de vaccinatie tegen pokken. De ziekte was een straf van God en daar mocht de mens zich niet tegen verzetten! De overheid kon hier maar moeilijk mee omgaan. Kerkelijke separatisten moesten voor het gerecht verschijnen en kinderen zonder pokkenbriefje bleven ontstoken van onderwijs.
Eind 1840 vond de Afscheiding in Driesum-Wouterswoude-Dantumawoude plaats. Johannes Wiegers Terpstra stelt gratis een stukje bouwland beschikbaar en alle krachten worden verenigd waardoor de kleine gemeente al snel een eigen kerkgebouw bezit. In de kerkenraad maken Willem Durks Wolters en Reinder Gerbens van Wieren de dienst uit en vanaf 29 mei 1842 zit een eigen predikant de kerkenraadsvergaderingen voor.
Jan Frederiks Zeebuit draagt een opmerkelijk levensverhaal met zich mee dat onder meer tot uiting komt in zijn achternaam. Volgens de overlevering is hij in het najaar 1795 te vondeling gelegd op het Zandvoortse strand waarna hij naar een Amsterdams weeshuis is gebracht. De welvarende stad Amsterdam onderscheidde zich graag door de uitstekende armenzorg alhoewel die verschillende gradaties kende. Het Burgerweeshuis was de aangewezen plek voor kinderen van de elite en de kerkelijke weeshuizen ontfermden zich over de weeskinderen van hun lidmaten. Voor de andere kinderen resteerde het Aalmoezeniersweeshuis waar de vondelingen en de kinderen van de ouders die geen Amsterdammers waren een bed kregen. Alhoewel het gebouw waarschijnlijk is ontworpen door de stadsarchitect Daniël Stalpaert was het niet de beste plaats waar weeskinderen konden vertoeven. Het aantal wezen nam snel toe waardoor meerdere kinderen één kribbe moesten delen. Deze abominabele toestand leidde in 1822 tot een Koninklijk Besluit waarmee weeskinderen die ouder dan zes jaar waren overgeplaatst zijn naar de koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid in Drente (Veenhuizen, Ommerschans).
Jan Frederik Zeebuit is gedoopt op 10 januari 1796 te Amsterdam. Het is onduidelijk wie de (gees¬te-lijke) vader van zijn toepasselijke en originele achternaam is. Nog voor de Koning zijn besluit nam is Jan Frederik Zeebuit al naar Drente vertrokken en in Hoogeveen gestart met een schoenen¬werk-plaats. Hij was enigszins vergroeid en besteedde waarschijnlijk te weinig aandacht aan zijn ambacht waardoor hij vrijwel geen bestaan had. Samen met Gerrit Jan Raidt “oefent” hij in de wijde omgeving van Hogeveen als godsdienstleraar. Diverse malen is hij betrapt op het leiden van kerkdiensten en kreeg daar boeten voor opgelegd. In 1835 werd hij zelfs veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf! Op 4 december 1834 scheidt hij zich met 73 anderen af van de hervormde gemeente van Hoogeveen en wordt hij daarna, samen met Gerrit Jan Raidt en Roelof Spijkerman, aangesteld tot vast oefenaar in de nog jonge gemeente.
Langzaam rijst zijn ster onder de Afgescheidenen. In 1835 wordt hij voor¬gan¬ger in Ruinerwold/Koekange en 1842 doet hij, als predikant, intrede in de Christelijke Gerefor¬meer¬de kerk van Driesum e.o. Het ontbrak de Afgescheidenen aan een eigen predikantenopleiding zodat de begeleiding en vorming van nieuwkomers werd overgelaten aan zittende predikanten. Wie Jan Frederik Zeebuit heeft begeleid is niet bekend maar over zijn “theologische opleiding” moeten we ons niet te veel illusies maken. Volgens de website van de Gereformeerde kerk te Driesum was hij een innig vrome man, met weinig kennis en verstand. “Maar hij heeft met grote zegen gearbeid en bracht velen tot inkeer en tot belijdenis van hun geloof”.
Op 22 april 1849 is ds. J.F. Zeebuit vertrokken naar Leerdam waar hij op 11 mei aan zijn nieuwe gemeente is verbonden. Op 12 januari 1879 is hij hier overleden.