De Schierstins, het oudste gebouw van Veenwouden, was in de loop van haar geschiedenis in adellijke, vrome, geleerde en overheidshanden. In 1814 verwerft Thijs Feenstra (1766-1840), die zich had opgewerkt van kuiper tot politicus, het eigendom. Hij heeft veel invloed in zowel Dokkum als Leeuwarden. In 1786 start hij met Rinske Scheltinga (1764-1829) een gezin waarin drie kinderen geboren worden. Geertruida (1792-1841), de oudste dochter, geeft haar ja-woord aan de jurist David Spree (1792-1852). Na de dood van zijn moeder Geertruida wordt Thijs Spree (1820-1870) de eigenaar van de Schierstins.

Thijs Spree

In het boek “Sporen naar Empse” vertelt Aleida Houwink uitgebreid over haar oom Thijs. “Die oom was wel een rare vent”. Voor zijn trouwen (in 1849 met Catherina Prouisette Spree (1824-1886)) woonde Thijs in Leeuwarden op kamers. Op een dag is hij met de noorderzon (naar Indië) vertrokken maar werd de huur niet opgezegd. Ongeveer een jaar later spoedden de verhuurders zich naar de (lege) kamer van mijnheer Spree omdat vandaar gebeld was. Ze kregen bijna een doodschrik toen, vanuit een hoek in de kamer, de heer Spree commandeerde: “Breng mij eens wat theewater!”

Thijs studeerde voor arts in Groningen. Hij woonde in de Schierstins en had in de stins ook een dokterspraktijk. De geneesheer was vermogend en had veel bezit in Dantumadeel, de gemeente waar hij in 1853 probeerde een raadszetel te bemachtigen.

Thijs Spree was, volgens zeggen, een bekwame arts die snel verveeld raakte. Zijn omvangrijke onroerend goed veroorloofde hem in 1857 om met de praktijk in Veenwouden te stoppen. Hij verhuist dan naar een landhuis (waarschijnlijk De Boekhorst) bij Klein Dochteren (gemeente Lochem) en na enkele jaren trekt hij door naar Rhenen omdat daar betere scholen voor zijn kinderen zijn.

Enige tijd later trekt hij zelf de conclusie dat er door luieren en rentenieren niet genoeg brood op tafel komt voor hem en zijn gezin. Hij keert terug naar Veenwouden en krijgt ook weer patiënten. Ze noemden hem daar “Tieske duvel in ’t koolhuis”. Toch verbetert de situatie niet. Voor de opleiding van de kinderen stelde “oom Thijs” een gouverneur aan met wie hijzelf graag discussieerde, een sigaartje rookte en een wijntje dronk. Aleida Houwink schrijft “ik hoorde wel, toen ik ouder werd, dat het daar (bij oom Thijs) niet best ging”. Dokter Spree zat dringend verlegen om geld en de trein tussen Veenwouden en Leeuwarden reed nog maar kort. Met een kaartje eerste klas reisde hij naar Leeuwarden om een oud porceleinen servies naar de bank-van-lening te brengen…

Naast arts was Thijs ook schoolopziener in een onderwijsdistrict in Friesland. Houwink: “de geldzaken gingen hoe langer hoe meer achteruit. ’t Was jammer omdat oom toch eigenlijk zoo knap was”. Na zijn dood, in 1870, had “tante” Catharina Spree te weinig geld om rond te komen. Rinske Scheltinga Spree, een zus van Thijs, reikte de helpende hand. Zij, de echtgenote van Joan Wilhelm van Dooninck, kocht de Schierstins en de weduwe van Thijs Spree verkaste naar een klein huisje in Heerenveen. Haar zuster Metje Sjoerds Spree en vroedmeester Roelof Houwink, de echtgenoot, onderhielden de weduwe van Thijs.

Veenwouden was dokter Spree niet snel vergeten. In Leeuwarder Courant van 7 maart 1871 staat dat het dorp “in het laatst van vorig jaar een groot verlies geleden” heeft “door het overlijden van dr. Spree”. De overledene had een zeer drukke artsenpraktijk “die zich uitstrekte over eene bevolking van meer dan 3000 zielen, als: Veenwouden, Veenwoudsterwal, Kuikhorne, Valom, Broek en Zwaagwesteinde”.

Schierstins in 2014

De foto van Thijs Spree komt van het RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis (Collectie Iconografisch Bureau), The Hague

De foto van de Schierstins te Feanwâlden: door Wutsje / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=32932314