Het is 14 februari 1944. Het eind van de oorlog is nog niet in zicht en de Duitsers zijn volop bezig met repessiemaatregelen. Ze roepen gevangen verzetsman Folkert Ykes Bergsma bij zich en delen mee dat hij de volgende dag gefusilleerd wordt.

Folkert is 23 jaar. De uitspraak van de rechter komt onverwacht en, in de twee uur dat hij nog met het licht aan in zijn cel mag zijn, schrijft hij twee afscheidsbrieven: één aan zijn familie én één aan zijn geliefde. De brief aan zijn ouders wordt door Tresoar bewaard en heeft meegedongen in een competitie voor “het archiefstuk van het jaar”.

Het archiefstuk eindigt op de tweede plaats geëindigd maar wat mij betreft had dat best de eerste mogen zijn. De inhoud treft vooral vanwege de boodschap. De 23-jarige toont een rotsvast vertrouwen in zijn God. Uiteraard troost hij de familie en schrijft hij niet bang te zijn. Bijna terloops refereert hij aan Gezang 17 (“Dat is zo mooi. Ik zal deze waarheid gauw ondervinden.”).

In de kerkelijke wereld bestaan veel zangbundels maar, gezien zijn achtergrond denk ik dat hij gezang 17 uit de bundel “Psalmen en enige gezangen” bedoelt. De tekst luidt: “U heilig Godslam, loven wij, Gij hebt voor ons aan ’t kruis geleden. Gij doet ons tot den Vader treden als koningen en priesters, Gij! Gij, Heiland, kocht ons met uw bloed. Dies brengen w’U de dank en d’ere en werpen w’in aanbidding Here! Al onze kronen aan uw voet. Ja amen, ja! Halleluja”.

Kortgeleden snuffelde ik door de handtekeningslijsten van het Volkspetitionnement dat in 1878 werd georganiseerd. Er lag een nieuwe onderwijswet en veel christenen hebben, via een handtekening, de Koning gesmeekt deze wet niet te bekrachtigen. Zij wilden het liefst alleen christelijk onderwijs en anders gelijkstelling van het openbaar en christelijk onderwijs. In Noordoost Friesland zijn veel handtekeningen verzameld; in Dantumadeel deden meer dan 2000 mensen mee.

De handtekening van Pake Folkert Bergsma

Op de lijst van Bergum kwam ik de naam van Folkert Ritskes Bergsma (1851-1928) tegen die, een paar weken voor de lijsten in het kerkgebouw lagen om getekend te worden, trouwde met Trijntje Tjipkes Sikkema (1854-1910). Deze grootvader van de verzetsman is geboren te Zwaagwesteinde, woonde onder Bergum en kerkte in de (later) gereformeerde kerk van Veenwoudsterwal. Voor zijn gezin, dat uiteindelijk zes kinderen telde, had hij drie vurige wensen. Zijn zes gedoopte kinderen moesten opgroeien “in de vreze des Heeren”; ze moesten, indien mogelijk, door studie het arbeidersmilieu ontstijgen en bij voorkeur gaan werken in het christelijk onderwijs.

De kinderen hebben hun vader niet teleurgesteld. Alle vier de zonen stonden voor de klas. Ritske (1881-1955) in Oenkerk, Geert (1894-1965) in Ede, Tjipke (1886-1952) in Bergum en Yke (1890-1963) verhuisde naar Delft en werd daar hoofd van de Groen van Prinstererschool.

Yke trouwde met Geertje Wiegers (1893-1976). Hij had dezelfde wensen als zijn vader en stimuleerde zijn kinderen om nog een stapje hoger op de maatschappelijke ladder te zetten. Zijn zoon Folkert past in het beeld en heeft al de eerste stappen gezet om ingenieur te worden als de oorlog roet in het eten gooit.

Folkert Bergsma met zijn verloofde.

Wat spreekt mij in de afscheidsbrief en de familiegeschiedenis van de Bergsma’s zo aan? Het is het rotsvaste Godsvertrouwen dat ik vroeger veel vaker heb gezien en dat tegenwoordig vaak naïef wordt genoemd. Het fundament daarvan is in de huiselijke kring en op de christelijke school gelegd. Met zijn handtekening heeft grootvader hiervoor gestreden en de jonge Folkert heeft hier kracht uitgeput. De conclusie is dat het christelijk onderwijs nog niet zo slecht is en veel voor mensen heeft betekend.

De foto’s van Folkert Bergsma komen van zijn persoonlijke facebook-pagina waar nog meer verhalen te vinden zijn.