Nederland telt tot begin juni 2020 al meer dan 6000 geregistreerde doden door het corona-virus. Die cijfers verontrusten want de gezondheidssector is toch bijna maakbaar?

Uit bovenstaande grafiek is af te lezen hoeveel mensen jaarlijks, tussen 1811-1920 in Noordoost Friesland zijn gestorven. Onder Noordoost Friesland versta ik in dit geval de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadeel, Kollumerland, Oost- en Westdongeradeel, Ferwerderadeel, Tietjerksteradeel en de stad Dokkum.

Voordat we de grafiek bekijken merk ik eerst op dat de totale bevolking in het gebied toenam van ongeveer 37000 inwoners in 1811 tot ruim 82.000 in 1920. Voor alle 100 inwoners in 1811 zijn er ruim 221 in 1920. Dat betekent dat de sterftecijfers (die in absolute aantallen zijn weergegeven) aan het begin van de 19de eeuw relatief hoger waren dan aan het begin van de 20ste eeuw.

De eerste conclusie die, naar aanleiding van de grafiek, getrokken kan worden is dat, alhoewel de sterfte in absolute aantallen redelijk constant blijft, de sterfte, door de groei van de bevolking, in feite afneemt. Kortom: mensen blijven langer leven door waarschijnlijk betere medische zorg.

In de grafiek zijn enkele pieken zichtbaar waarvan ik er enkele uitlicht. Het jaar 1826 sterven er uitzonderlijk veel mensen en dit ijlt nog zo’n drie jaar na. Dit heeft te maken met de malaria-epidemie die deze streken hard treft en die ook wel bekend staat onder de naam “Groninger ziekte”. De epidemie van de “tussenposende koortsen” keerde regelmatig terug en vrijwel iedere inwoner is er door getroffen.

De tweede piek vindt plaats tussen 1846 en 1850. Nederland was enige tijd eerder overstag gegaan voor de aardappel maar ineens, vanaf 1845, brak de aardappelziekte uit waardoor er honger en grote armoede kwam. Het bleek een Europees probleem dat leidde tot politieke opstanden en een compleet nieuw politiek systeem dat in Nederland gedragen werd door de grondwet van 1848.

In 1859 is er opnieuw sprake van hoge sterftecijfers. Dit heeft te maken met de uitbraak van difterie waardoor kroep ontstond. Dit is een ademhalingsziekte die wordt veroorzaakt door een acute virusinfectie van de bovenste luchtwegen. Door verbeterde hygiëne en vaccinatie komt dit tegenwoordig bijna niet meer voor.

Vanaf 1866 is er in heel Nederland meer toezicht op de gezondheid en worden jaarlijks statistieken gepubliceerd waarin onder meer gemeld wordt wat de sterftecijfers zijn, hoe de verschillende leeftijdscategorieën werden getroffen en wat de doodsoorzaken zijn. In 1875 is er sprake van tuberculose. In de sterftecijfers is dat terug te zien: aan lichaamszwakte/terug stierven 209 mensen; aan keel- en longzieken 140, en 353 overledenen hadden ademhalingsproblemen.

Na 1875 verbetert de hygiëne en medische zorg en neemt de relatieve sterfte snel af. In jaren negentig speelt de armoede, ten gevolge van de economische crisis, een belangrijke rol en ook in 1903 sterven veel mensen. De oorzaak daarvan kan ik niet precies terugvinden want in de medische statistieken staat dat 348 personen zijn overleden aan een “onbekende oorzaak”.

Het jaar 1903 dient wel als referentiepunt als de medici terug kijken op de sterfte aan de Spaanse griep in 1918. Ze concluderen dan, niet ten onrechte, dat de sterfte in 1918 vrijwel net zo hoog was als in 1903.

Wat leren we van zo’n grafiek? In de eerste plaats dat, vooral vanaf 1875, de sterftecijfers zijn gedaald door verbeterde medische zorg. In de tweede plaats dat sterftecijfers nooit constant zijn omdat er regelmatig epidemieën uitbreken en nieuwe virussen opduiken. De cornona-pandemie zat “in het vat” en in de toekomst moeten we rekening blijven houden met nieuwe virussen en epidemieën. Door ontwikkelingen in de (medische) wetenschap kunnen we daar steeds beter op inspelen maar de maatschappij is nog steeds niet volledig maakbaar.