De eerste bewoning van Dantumadeel vond waarschijnlijk plaats op terpen ten noorden van de hoge zandrug die tussen Rinsumageest en Driesum ligt. Daarna zijn de bewoners “afgezakt” naar die hoge zandrug en is de grond, die daarvan zuidelijk ligt, langzaam, via opstrekkende kavels, ontgonnen. Dorpen als Broeksterwoude, De Valom en Zwaagwesteinde zijn dan ook jonger dan de dorpen in het kerngebied. Zwaagwesteinde kende wel enige bebouwing maar heeft zich vooral na 1800 ontwikkeld.

De Valom is, waarschijnlijk vanaf het begin van de  17de eeuw ontstaan en de eerste bewoners vestigden zich omstreeks 1810 op de Broek onder Akkerwoude. Het waren niet de rijkste mensen die pionierden. De Valom werd in het begin bevolkt door turfarbeiders. Uit de Criminele Sententies van het Hof van Friesland blijkt dat, in de 17de en 18de eeuw, relatief veel Valomsters zich voor de rechter in Leeuwarden moesten verantwoorden voor hun daden. Ook op de Broek woonden in de 19de eeuw relatief veel mensen die over de schreef gingen. Dit had, volgens mij, te maken met hun economische omstandigheden. De zeilen van de molen werden ontvreemd omdat de kinderen dan toch onder een deken konden slapen!

In zulke gemeenschappen was men sterk op elkaar aangewezen om te overleven. Dezelfde gesteldheid werd gezien in de Westereen, de Hale (Murmerwoude) en de Frijstêd. Mensen hadden elkaar nodig. Dit bleef in takt tot ver in de twintigste eeuw en sporen er van zijn ook vandaag terug te vinden. Het verschafte geborgenheid.

Veel mensen missen “it-mei-inoar-ien” in deze tijd, alhoewel het nooit helemaal verdwenen is. Ik denk dat dit gemis ten grondslag ligt aan het boek De Falom waarin Andries Peterson herinneringen heeft vastgelegd uit de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw. Het boek bevat talloze foto’s en verhalen van en over Falomsters.

Tot ver in de 20ste eeuw woonden er (ex) turfschippers in De Valom. Genoemd wordt onder meer Jurjen Postma die in 1877 was geboren, honderd jaar werd en een groot deel van zijn leven een eigen schip had. Ik kan me “âlde Jurjen” nog goed voor de geest halen en was erg verbaasd toen ik in Amsterdam lesgaf aan een achterkleinzoon van hem.

Er wordt verteld over schaatspartijen, feesten en snoepwinkeltjes. En … over de bijzondere begrafenis van Jan Fokkes Kooistra wiens stoffelijk overschot, eind 1963, op een boerenwagen naar het kerkhof in Akkerwoude is gebracht. Omdat hij geen lid van de begrafenisvereniging zagen de buren dit als plicht.

Uiteraard blijken de rampen het meest in het geheugen gegrift. In januari 1945 is, bij de brug in De Falom, een Duits commando beschoten door het verzet waarna twintig arrestanten door de Duitsers bij Dokkum gefusilleerd. In april 1969 kwam de 68-jarige brandstoffenhandelaar K. van der Hoek door kolendampvergiftiging om het leven.

Zeer karakteristiek is de trouwfoto van Jan Wijnsma en Teatske Wolters waarop Jan in soldatenuniform staat afgebeeld omdat hij kort daarna wordt uitgezonden naar Nederlands-Indië om deel te nemen aan de politionele acties.  De eerste huwelijksjaren bleven bruid en bruidegom bij elkaar door de postbode… en hing het zwaard van Damocles voortdurend boven hun hoofd omdat Jan deelnam aan een missie die niet ongevaarlijk was.

Na de Tweede Wereldoorlog emigreerden veel gezinnen naar Amerika, Canada of Australië. Biense Wolters verwisselde in 1950 zijn boerderij aan de Achterwei voor een nieuw bedrijf in Canada. Hij nam zijn vrouw en elf kinderen mee. Een grote aderlating voor De Falom.

Tjibbe Uitterdijk was – als landelijk – grensrechter niet onverdienstelijk. Het leven van deze Falomster stond geheel in het teken van de sport want “sport en getrouwd zijn, dat is niet te combineren”.

Het boek verschaft een prachtig tijdsbeeld van een bijzonder dorp met speciale mensen die het verdienen om herinnerd te blijven.

Het boek is in mei 2021 verschenen en is te verkrijgen voor € 19,95 door een email te sturen naar: a.peterson@knid.nl.