Na de ondertekening van de Vrede van Münster, waardoor de strijd tegen Habsburg eindigde, bleef er een stevige animositeit tussen de politici en de Calvinisten over de vraag wie in de Republiek uiteindelijk het laatste woord moest hebben. De strenge Calvinisten stonden pal voor de orthodoxie terwijl de politici, vooral kooplieden, vooral stonden voor tolerantie. De theoloog Jean de Labadie (1610-1674) werd in 1666 als gereformeerd predikant bevestigd in Middelburg en drie jaar later afgezet wegens onrechtzinnigheid. Hij week uit, stierf in Hamburg en liet een schare van maximaal vierhonderd volgelingen achter die zich uiteindelijk vestigden op Thetinga- of Waltastate in Wiewerd. De groep was streng in de leer en piëtistisch ingesteld. Juist omdat ze zich tegen de kinderdoop verzetten en grote twijfels moesten overwinnen om deel te nemen aan het Heilig Avondmaal pasten ze niet in de Calvinistische bubbel. De predikanten drongen er meerdere malen tevergeefs bij de Friese Staten op aan de sekte te verbieden. De Labadisten stonden bij velen bekend als “de bonte hond” alhoewel de invloedrijke Anna Maria Schuurman zich ook onder de volgelingen bevond.

De Labadie kwam uit Frankrijk, hij preekte in Middelburg en trok zich terug in “het Labadistenbos” te Wiewerd. Is hij ook in Dantumadeel geweest? Zo nu en dan duikt die veronderstelling op omdat ook hier sprake is van een “Labadistenboskje”. Het ligt ten zuiden van de Willemstrjitte en ten westen van de Haadwei en viel, in het verleden, onder de klokslag van Murmerwoude. Er wordt gesuggereerd dat Jean de Labadie enige tijd op deze plek heeft gebivakkeerd.

Deze veronderstelling lijkt me onjuist. Als we naar de nederzettingengeschiedenis van Dantumadeel kijken dan zien we dat de Dokkumer Wouden zich vooral ontwikkeld hebben vanaf de hoge zandrug tussen Rinsumageest en Driesum. De eerste mensen woonden ten noorden van de Foarwei en de Doniawei en hun opvolgers zijn langzaam in zuidelijke richting afgezakt. Dit verklaart ook het feit dat de kavels van de boerderijen zeer langgerekt zijn. Er is steeds een nieuw stukje grond ontgonnen dat aan de bestaande boerderij werd vastgeplakt. Halverwege de 17de eeuw liep deze ontginning “dood”. In Murmerwoude liepen de kavels ongeveer door tot de plek waar nu de Christelijke Gereformeerde kerk staat en in Dantumawoude tot aan de Dwarsloane.

Waltastate in Wiewerd toevluchtsoord Labadisten

Het gebied van het Labadistenboskje behoorde in die tijd tot de woeste, onontgonnen gronden. Halverwege de 18de eeuw nam het aantal inwoners van de Dokkumer Wouden toe en was er meer landbouwgrond nodig. Dit was een klus die werd aangepakt door de boer, die achter de huidige Christelijke Gereformeerde kerk woonde, en door enkele boeren uit Akker- en Murmerwoude die dringend verlegen zaten om landbouwgrond.

Op de plek van het  Labadistenboskje bezat de diaconie enkele kavels en een huis. Het huis werd verhuurd of toegewezen aan mensen die geen cent te makken hadden. Ze opereerden, op meerdere manieren, op de rand van de maatschappij. Hetzelfde gebeurde bij de Breedte (Hegewâl). Sommige bewoners bleven hun hele leven in een toestand van grote armoede maar anderen wisten zich, door ontginningswerken, toch enigszins uit de misère te werken.

Ik weet niet precies wanneer de eerste bewoners naar het Labadistenboskje trokken alhoewel ik vermoed dat dit omstreeks 1800 was. Op zich past dat goed in de ontwikkelingen die daarna volgden. Omstreeks 1811werd de stap naar de Haijehoek gemaakt en is de ontwikkeling van Broeksterwâld begonnen.

Boerderij bij het Labadistenboskje van Lammert G. de Vries; afgebroken in september 1960

Een nederzetting van Labadie past dus niet in de chronologie van de nederzettingengeschiedenis. De vraag waarom dit gebied het Labadistenboskje heet is hiermee niet beantwoord. Misschien waren de mensen die hier, behoorlijk geïsoleerd, woonden zeer vroom en werden ze daarom Labadisten genoemd? Het is gissen en we zullen het waarschijnlijk nooit weten.